Blog
13 augustus 2021

Supply Chain Wet is aangenomen in Duitsland

Het Duitse „Lieferkettensorgfaltspflichtengesetz“ (hierna: Supply Chain Wet) is onlangs aangenomen en zal op 1 januari 2023 in werking treden. De Supply Chain Wet baseert op de VN-richtlijnen voor het bedrijfsleven en de mensenrechten en is bedoeld om meer eerlijkheid en bescherming van de mensenrechten in de wereldwijde toeleveringsketens tot stand te brengen. De wetgever wil dat de verantwoordelijkheid van ondernemingen zich in de toekomst uitstrekt over de gehele toeleveringsketen.

Voor welke bedrijven geldt deze wet?

De Supply Chain Wet is van toepassing (ongeacht de rechtsvorm) op alle grotere ondernemingen met statutaire zetel in Duitsland, te weten

– vanaf 2023 voor bedrijven met meer dan 3.000 werknemers in Duitsland; en
– vanaf 2024 voor bedrijven met meer dan 1.000 werknemers in Duitsland.
De wet is ook van toepassing op buitenlandse ondernemingen, mits zij het vastgestelde aantal werknemers op Duits grondgebied in dienst hebben. Aangezien kleinere ondernemingen als onderdeel van een toeleveringsketen echter ook te maken zullen krijgen met de verplichtingen van hun grote klanten, is het zinvol dat ook kleinere ondernemingen zich vertrouwd maken met de voorschriften.

Op welke toeleverancier is de wet van toepassing?

De eisen aan bedrijven gelden in eerste instantie voor hun eigen activiteiten (inclusief alle dochterondernemingen) en voor directe toeleveranciers.
Voor indirecte toeleveranciers gelden de zorgvuldigheidseisen alleen op ad-hoc-basis. Indien de onderneming echter kennis krijgt van een mogelijke schending bij een indirecte leverancier, moet zij onmiddellijk een risicoanalyse uitvoeren, een concept voor minimalisering en vermijding implementeren en passende preventieve maatregelen ten aanzien van de veroorzaker nemen. Ook kleinere ondernemingen en toeleveranciers kunnen dus niet “achterover leunen”, aangezien ook zij onderdeel uit kunnen maken van de toeleveringsketen van grote klanten.

Op welke mensenrechten hebben de zorgvuldigheidsverplichtingen betrekking?

Een mensenrechtrisico is volgens artikel 2, lid 1 van de Supply Chain Wet een situatie waarin op grond van feitelijke omstandigheden een voldoende waarschijnlijkheid bestaat van een schending van een van de volgende verbodsbepalingen ter bescherming van de rechtspositie van mensen:
Hier worden in essentie de volgende aspecten geregeld:

  • Integriteit van leven en gezondheid;
  • Vrijheid van slavernij en dwangarbeid;
  • Bescherming van kinderen en vrijwaring van kinderarbeid;
  • Vrijheid van vereniging en collectieve onderhandelingen;
  • Bescherming tegen folter;
  • Verbod op het negeren van de respectieve nationaal geldende verplichtingen inzake gezondheid en veiligheid op het werk.
  • Verbod op de inhouding van een billijk loon; naleving van de voorschriften inzake het minimumloon;
  • Verbod op ongelijke behandeling en discriminatie van werknemers, waarbij ongelijke behandeling de betaling van een ongelijke beloning voor gelijkwaardig werk omvat;
  • Verbod op het onwettig in bezit nemen van land, bossen en wateren voor aankoop, ontwikkeling of ander gebruik;
  • Milieuverplichtingen ter bescherming van de menselijke gezondheid.
  • Het verbod op de uitvoer van gevaarlijke afvalstoffen als omschreven in het Verdrag van Bazel inzake de beheersing van de grensoverschrijdende overbrenging van gevaarlijke afvalstoffen.

Wat zullen bedrijven in de toekomst in acht moeten nemen?

Het belangrijkste onderdeel van de Supply Chain Wet is de vastlegging van zorgvuldigheidseisen op het gebied van mensenrechten voor bedrijven. De ondernemingen moeten de volgende maatregelen nemen:

  • Een beginselverklaring met betrekking tot de eerbiediging van de mensenrechten besluiten.
  • Risicoanalyse: uitvoeren van procedures om nadelige gevolgen voor de mensenrechten vast te stellen.
  • Risicobeheer (met inbegrip van corrigerende maatregelen) om potentiële negatieve gevolgen voor de mensenrechten af te wenden.
  • Instelling van een klachtenprocedure
  • Documentatie en verslaglegging.

Bij de maatregelen met betrekking tot het risicobeheer wordt de onderneming niet afgerekend op succes, maar is zij alleen verplicht passende en redelijke maatregelen te nemen.
In geval van een schending van de verplichtingen inzake mensenrechten moet de onderneming onmiddellijk corrigerende maatregelen nemen die noodzakelijkerwijs ertoe leiden dat de schending wordt beëindigd. Bovendien moet zij de aanzet geven tot verdere preventieve maatregelen. Als het bedrijf de overtreding bij de directe leverancier niet binnen afzienbare tijd kan beëindigen, moet het een concreet plan opstellen voor minimalisering en preventie.
Voor een overtreding van de Supply Chain Wet kunnen boetes worden opgelegd.

De boetecatalogus is als volgt:

  • Boete van maximaal 800.000 euro (artikel 24, lid 1),
  • Voor ondernemingen met een jaaromzet van meer dan 400 miljoen euro, tot twee procent van de wereldwijde omzet als sanctie (artikel 24, lid 3),
  • Tot drie jaar uitsluiting van overheidsopdrachten indien er een boete van ten minste € 175.000,- is opgelegd (artikel 22).

Concrete implementatie in bedrijven

Nadat de Wet in werking is getreden moeten ondernemingen de volgende maatregelen implementeren:

  • Uitbreiding van het bestaande compliancebeleid met aspecten van duurzaamheid en mensenrechten in de toeleveringsketen, voor zover dit nog niet is gebeurd.
  • Een risicoanalyse uitvoeren met betrekking tot de onderneming (d.w.z. ook alle dochterondernemingen) en voor alle directe leveranciers, teneinde het risico van mogelijke mensenrechtenschendingen te beoordelen (op basis van land- en sectorspecifieke aspecten).
  • Indien de risicoanalyse eventuele risico’s binnen een toeleveringsketen aan het licht brengt, moeten er maatregelen worden genomen om deze te voorkomen, bijvoorbeeld door
    – Wijziging van bestaande contracten met leveranciers.
    – De leverancier verplichten om ook in de verdere toeleveringsketen de compliancenormen na te leven.
    – Regelmatige toetsing van bestaande en toekomstige leveranciers op hun capaciteit om aan de zorgvuldigheidseisen te voldoen.
    – Invoering van controlerechten en uitvoering van regelmatige en op risico’s gebaseerde controlemaatregelen.
    – De leverancier om bewijzen vragen van gegeven trainingen.