Blog
25 juni 2012

De plichten van de Geschäftsführer van een noodlijdende GmbH

Hoewel het met de Duitse economie op dit moment goed gesteld is, is het aantal faillissementen van bedrijven in het eerste kwartaal van 2012 ten opzichte van vorig jaar licht gestegen (+2,95%). In onze adviespraktijk hebben wij met regelmaat te maken met de vraag hoe een Geschäftsführer van een noodlijdende GmbH behoort te handelen. Niet in de laatste plaats gaat het hierbij om de vraag hoe een persoonlijke aanspakelijkheid van de Geschäftsführer voorkomen kan worden. In een recente uitspraak heeft de Duitse Hoge Raad (BGH) uiteengezet in welke mate een Geschäftsführer van een noodlijdende GmbH maatregelen moet treffen om vast te kunnen stellen of hij een faillissementsverzoek moet indienen (zie dossiernr. II ZR 171/10). Wanneer de Geschäftsführer niet over voldoende persoonlijk kennis en inzicht beschikt om te onderzoeken of hij plichtshalve een faillissementsverzoek moet indienen, dan dient hij – aldus het BGH – onmiddellijk advies te zoeken bij een onafhankelijk persoon die gekwalificeerd is om deze vraag deskundig te beantwoorden. Hierbij is de Geschäftsführer verplicht om de omstandigheden binnen de vennootschap uitgebreid en omvattend te beschrijven en de adviseur alle benodigde documenten en informatie ter beschikking te stellen. Het BGH stelt bovendien, dat de Geschäftsführer geen genoegen mag nemen met de onmiddellijke verstrekking van de opdracht aan een deskundige ten einde te onderzoeken of een faillissementsaanvraag ingediend moet worden. Hij moet er ook op toezien dat de resultaten van het onderzoek zo spoedig mogelijk worden gepresenteerd.